• Gwen van der Weg

Als ik uitgeput ben ren ik het hardst


Als ik echt doodop ben dan gaat mijn brein in een soort overdrive. Alles dat ik zou kunnen doen, alles dat nuttig zou zijn om te doen, waar ik nog niet aan toegekomen ben, wat ik leuk vind, ... Als een soort achtbaan suist het met zijn allen gillend door mijn hoofd.

Vroeger ging ik dan een van die dingen doen, zo snel mogelijk zodat ik klaar zou zijn voordat ik omviel en het getetter in mijn hoofd maar zou ophouden. Volledig uitgewrongen, overprikkeld en overvraagt stortte ik in later in. Te moe om nog te eten of te slapen.

Ziekenslaap: zo moe ben ik blijkbaar

Tegenwoordig doe ik iets dat me enorm veel moeite en discipline kost. Ik ga liggen en ik doe helemaal niks. Zo mindful mogelijk laat ik de achtbaan zijn rondjes rijden zonder in te stappen. Uiteindelijk val ik dan diep in slaap. Ziekenslaap noemen mijn man en ik dat. De diepe, bijna comateuze slaap waarin ik terugschakel naar hoe het echt met me is. Pas daarna lukt het me om in een gezond tempo verder te gaan. Een beetje achter een kop thee hangen, een suf computerspelletje doen, wat in de tuin rommelen of in de zon zitten. Pretentieloos niksen. Ontzettend belangrijk en in strijd met alles dat daarvoor door mijn hoofd tuimelde.


Aanvoelen en volgen wat je echt nodig hebt is lastig vind ik. Dat voelen vond ik al ingewikkeld, maar heb ik nu steeds beter onder de knie. Dat volgen....man wat is dat toch een uitdaging. Weten dat iets goed voor je is, dat is niet zo ingewikkeld. Gezond eten, genoeg slapen, inspanning en ontspanning afwisselen, bewegen, buitenlucht, sociale contacten die aansluiten bij je behoeften, etc. Ik kan het zo opnoemen, maar het doen... Hoe harder ik het nodig heb, hoe lastiger ik het vind.

Met sneltreinvaart komen mijn oude gewoontes en overtuigingen aanzoeven

Hoe dat komt weet ik uiteraard ook. Dat is deel van mijn beroepskennis en ervaringskennis. Hoe vermoeider, gestresster en overvraagder je bent, hoe harder je neigt naar je oude automatische gedrag. Je oude coping komt met sneltreinvaart aanzoeven. Bij mij zit in die oude coping een stuk 'gewoon nog even volhouden' en 'iedereen heeft wel wat'. Dat maakt het lastig om op zo'n moment mezelf ervan te overtuigen dat rust en ruimte voor mezelf maken oké is. Als ik het extra hard nodig heb, is het het allerlastigst. Daarom kruip ik dan vaak in mijn pyama in bed. Als ik dan in automatisme mijn bed uitspring moet ik me eerst nog aankleden en dat is vaak lang genoeg om gewoon weer in bed te kruipen.