• Gwen van der Weg

Als je energie op is, kun je niet meer wegrennen voor je grenzen

Ik begeleid iemand die, na een onfortuinlijk ongeluk, niet meer kan functioneren op het niveau dat ze ooit had. Het tempo, de drukte die ze aankan, de duur van inspanning, … Alles is veranderd. En dat is pittig als je nog niet eens halverwege de 20 bent en midden in je studentenleven zit.


Alle buffer die ze had om af en toe door te buffelen op een lastig vak, wat minder gezonde dingen te doen qua bedtijd die we allemaal wel kennen uit onze studententijd. In 1 klap was het weg. Waar ze mee geconfronteerd werd waren echter niet alleen al die logische dingen waarin ze zich moest aanpassen, maar plotseling ‘moest’ ze ook iets met alle dingen in haar functioneren die stiekem energie slurpten. Je kent ze vast wel van jezelf (ik wel in ieder geval): Of je goed op je eigen grenzen kunt letten, hoe moeilijk je het vindt om met verwachtingen van anderen om te gaan, of je je vaak in situaties bevindt die eigenlijk heel vermoeiend voor je zijn. Plotseling moet je daar allemaal wat mee, omdat de energie om dat op te vangen er opeens niet meer is.

En....Boem: daar zat ik weer uitgeput op mijn studentenkamer

Mijn oplossing, in mijn studententijd toen ik vastliep door gezondheidsproblemen, was alles uit mijn handen laten vallen en stoppen. Ik stopte met de vakken die ik volgde of beperkte het tot de vakken die ik te leuk vond om los te laten of bijna klaar waren, en ging thuis zitten uithijgen. Ik was weer eens volkomen overwerkt. Daar praatte ik verder niet echt over. Ik liep vast, stopte en trok me terug.



Het is een patroon dat ik start-stop ben gaan noemen en dat ik sindsdien enorm vaak ook bij anderen heb gezien. Ook anderen neigen blijkbaar naar doorgaan tot ze niet meer kunnen, alles loslaten en als ze weer een beetje wat kunnen, weer met volle kracht vooruit. Dat cirkeltje heb ik knap lang volgehouden en het was niet goed voor me. Inmiddels heb ik geleerd om zo min mogelijk het rood in te gaan en zo het heen en weer knallen tussen volle kracht en complete stilstand, te beperken tot een minimum. Dat gaat niet vanzelf. De neiging om ‘gewoon’ mee te willen doen is nog altijd heftig aanwezig. Het liefst zou ik gewoon hele dagen kunnen doortrekken in mijn werk, mijn gezin, mijn sociale leven, … Het is dan ook steeds weer zoeken.

Dat geeft rust, steun en vermindert de eenzaamheid en verlorenheid die we als mensen soms voelen.

Die zoektocht begeleid ik dus nu ook bij anderen en dat doe ik steeds opener. Waar ik vroeger graag het beeld ophield van iemand die altijd door kan, ben ik tegenwoordig eerlijk over hoe goed ik de worsteling ken waarmee ze te maken hebben. Waar het gepast is uiteraard en altijd vanuit een professionele rol en houding, maar het doet mensen goed om te weten dat ze niet alleen zijn; dat er iemand mee op reis is die bekend is met de verschillende dingen die we tegen kunnen komen. Dat geeft rust, steun en vermindert de eenzaamheid en verlorenheid die we als mensen soms voelen.

Steeds die vraag stellen: wat heb jij nu nodig?

Voor mijn klant kan ik nu wel aan de bel trekken bij de universiteit om te kijken welke uitzonderingen er mogelijk zijn, kan ik helpen bij het schrijven van belangrijke mails en aanschuiven bij overleg met een studieadviseur. Steeds weer vanuit de vraag: 'hoe zou je het wel kunnen?' 'Wat heb jij nu nodig?' Al die uitzonderingsmogelijkheden staan namelijk niet in de boekjes en op de website. Daar moet je over in gesprek en dat gaat beter samen dan alleen.


Als al dat geregel wat kalmte heeft gevonden, dan gaan we aan de slag met die dingen die we allemaal tegenkomen als we dingen niet meer kunnen: grenzen, verwachtingen, zelfzorg, gezond contact houden met de mensen om je heen. Dingen die we allemaal zo hard zijn tegengekomen het afgelopen jaar en die je ook tegenkomt als je niet meer kunt functioneren zoals je wilt door een ziekte, een ongeluk, een plotselinge gebeurtenis die je leven verandert.


Weet dat je niet alleen bent. Je hebt zelf dingen te doen, dat blijft zo, maar het hoeft niet alleen.